De vierde generatie is springlevend

De ‘fourth generation languages’ stellen het goed, zo blijkt. Vele klanten blijven hun ontwikkelomgeving trouw. Dat gebeurt niet alleen om hun investering – in software en in opleiding van ontwikkelaars – te beschermen, maar vooral om dezelfde reden als altijd: een hoge productiviteit van de ontwikkelaar. Ontwikkelen in een 4GL gaat nu eenmaal sneller dan in een 3GL. De tool beschikt over een bepaalde intelligentie, die een 3GL niet heeft. De ontwikkelaar moet minder gedetailleerde instructies schrijven, minder lijnen code produceren. Dat spaart tijd – veel tijd. De tool ‘weet’ ook hoe het programma de database dient aan te spreken, en kan rekening houden met het operating system. Alle drie leveranciers die we contacteerden, komen met een indrukwekkende lijst van RDBMS-en en besturingssystemen die hun tool ondersteunt.

Ook de evolutie van de technologie is geen reden om van tool te veranderen – de tools worden nog steeds aangevuld met nieuwe mogelijkheden.

Dat deze tools een respectabele leeftijd hebben, is ook een voordeel: het is bewezen technologie en het platform is betrouwbaar.

Nog een voordeel: een 4GL kan ook sneller aangeleerd worden, omdat de ontwikkelaar zich niet hoeft te verdiepen in technische details.

De drie leveranciers kennen elk wel een voorbeeld van klanten die zich op het Java-pad begaven, en dan terugkeerden omdat de ontwikkeling niet snel genoeg opschoot.

Uniface
Uniface ontstond 25 jaar geleden in Amsterdam. In het begin diende de tool om toepassingen te bouwen voor VT100-terminals , in character mode dus. Later ging het om client/server toepassingen, vandaag creëert men met Uniface RIA (Rich Internet Application)-toepassingen.

Unifaces sterkste punt is altijd de platformonafhankelijkheid geweest. Unix, VMS, Windows, OS400, Windows mobile : het kan allemaal. Wanneer de ontwikkelaars geconfronteerd worden met een nieuwe omgeving, hoeven ze geen nieuwe taal te leren. Ze hoeven zich niet te verdiepen in de nieuwe technologie, in de details van schermopbouw, lezen en schrijven in de database, beveiliging, parallele uitvoering van transacties enzovoort. Ton Blankers : "Uniface neemt de ontwikkelaar werk uit de handen," besluit Ton Blankers, Product Manager Uniface bij Compuware.
 

De wereld veranderde, en Uniface veranderde mee. Waar de klemtoon vroeger lag op kantoortoepassingen voor gebruik binnen het bedrijf, dan worden er nu vooral web-toepassingen gebouwd, waarmee de klanten van het bedrijf zelf gegevens verwerken in verband met hun verzekeringspolissen of hun bankverrichtingen. Ook aangiften voor overheidsdiensten gebeuren nu via het web. Dus werd de tool uitgebreid met nieuwe mogelijkheden. Ook mobiele toepassingen behoren tot de mogelijkheden. Bij Compuware, dat de firma Uniface overnam, klinkt de slogan dan ook: "van mobile tot mainframe"

Ton Blankers : "Ken je de Java Pet Store Application? Die hebben wij nagebouwd in Uniface. Zo hebben we kunnen bewijzen dat je met onze tool veel minder lijnen code moet schrijven dan met Java."

Uniface biedt al lang de mogelijkheid van modelgedreven programmeren. Voor je begint te programmeren bouw je een ‘model’ dat informatie bevat over de database, over de tabellen en de relaties tussen de tabellen. Later maak je bij de ontwikkeling gebruik van de informatie in dat model. Op die manier heb je als ontwikkelaar veel minder werk dan bij een 3GL. Ton Blankers : "Kijk maar naar project ‘Oslo’. Microsoft werkt aan een ‘modeling platform’. Volgens Bill Gates is dit de aanpak voor de toekomst. maar wij doen dit al langer."

En hoe zit het met de architectuur? Vroeger bouwde de ontwikkelaar schermen op basis van het model. Vandaag kan dat nog steeds, maar er is een nieuwe aanpak bijgekomen, waarmee je een toepassing in drie lagen kan bouwen, en ook gebruik maken van web services.

Ton Blankers ziet de toekomst voor Uniface dan ook rooskleurig: "Uniface is een financieel zeer gezond deel van de firma Compuware. Bijna al onze klanten vernieuwen hun contract jaar na jaar."
 

Progress 4GL
Ook bij Progress ziet men de toekomst met vertrouwen tegemoet. In 1981 creëerde de firma Progress een RDBMS en een bijbehorende 4GL. De eerste ontwikkeltool werkte in een ‘host-based’ omgeving, maar schakelde later over naar de wereld van Client/Server en tenslotte naar SOA (Service-Oriented Architecture). De naam werd veranderd in "OpenEdge Advanced Business Language". Volgens het mission statement van Progress moet de ontwikkeltool bruikbaar zij met "any platform, any data base management system, any architecture".

Een toepassing gebouwd in Progress 4GL is schaalbaar: of je ze ontwikkelt voor één of voor 10.000 users maakt weinig uit. Als je een toepassing bouwt met Progress 4GL kost het ook weinig moeite om ze over te zetten op een ander platform.

Toen nieuwe technologieën opdoken, werd de tool aangepast. Een toepassing geschreven in Progress 4GL kan zowel web services oproepen als Java componenten en .Net componenten. Procedures geschreven in Progress 4GL kunnen opgeroepen worden als web services, maar ook rechtstreeks.

Peter Van der Elst, Professional Services Manager Southern Europe : "Onze ontwikkeltool bestaat al meer dan 20 jaar – het is een robuuste, stabiele tool, die bovendien gemakkelijk aan te leren is, en waarmee de ontwikkelaar een hoge productiviteit kan bereiken. Doordat je met Progress 4GL weinig lijnen schrijft, gaat ook het onderhoud sneller, wat dan weer de kosten drukt."

PowerBuilder
PowerBuilder is de jongste telg van deze groep. In 1991 creëerde Powersoft deze visuele ontwikkelomgeving voor client/server toepassingen met Windows, connectiviteit met vele databases (rechtstreeks, of via ODBC), en vooral de ‘data window’. Het intelligente object ‘data window’ bespaart de ontwikkelaar een hoop moeite, bij het opvragen van gegevens op het scherm en het schrijven in de database.

Maar mettertijd merkte men dat een groot deel van de klanten wilde overschakelen naar de .NET wereld. Sybase, dat Powersoft overnam, besloot PowerBuilder hieraan aan te passen. En voor de minderheid die voor Java kiest, werden ook wat bruggen gebouwd.

Sybase tekende afgelopen jaren een roadmap uit die de tool dichter bij .Net brengt, en voegde heel wat functies toe aan PowerBuilder : Web Services in PB9, DataWindow .NET in PB10, .NET Deployment in PB11. .NET Resource Consumption is gepland voor PB12.

Dave Fish, ‘PowerBuilder Evangelist’ bij Sybase, ziet nog steeds veel voordelen voor ontwikkelaars die PowerBuilder gebruiken: "PowerBuilder vereenvoudigt het leven van de ontwikkelaar omdat het abstractie maakt van een groot deel van complexiteit die met Windows applicatieontwikkeling gepaard gaat. De DataWindow technologie bespaart de ontwikkelaar heel wat van de technische complexiteit rond gegevenstoegang. "

Peter Lambert, PowerBuilder sales bij Sybase Ltd: "In mei 2007 bracht Sybase PowerBuilder 11 uit, en onze lanceerevents werden heel druk bijgewoond. Door teleurgestelde Java ontwikkelaars, maar ook door bestaande PowerBuilder ontwikkelaars, die wilden weten hoe zij hun bestaande applicaties naar .NET konden migreren met PowerBuilder zonder alle code te moeten herschrijven. Heel belangrijk, want dit betekent dat de jarenlange ervaring van de vele PowerBuilder ontwikkelaars blijvend kan gebruikt, wat voor een onderneming een enorme besparing betekent op bijkomende investeringen."

"PowerBuilder wordt nog steeds door duizenden developers gebruikt en wie de evolutie een tijdje niet meer gevolgd heeft, zal de tool nog amper herkennen”, vervolgt Peter Lambert, “PowerBuilder heeft het .NET platform omarmd, en brengt daarmee haar 4GL RAD ervaring en het DataWindow naar het .NET framework."
 

Wat zal de toekomst brengen voor deze tool? We vroegen het aan Mark Driver, Research Vice President bij de afdeling ‘Application Development Tools and Methods’ van onderzoeksbureau Gartner. "PowerBuilder is een uitstekende tool maar de beste technologie haalt het niet altijd,” aldus Mark Driver, “Vele bedrijven hebben hun PowerBuilder-toepassingen vervangen door toepassingen in een andere taal. De bedrijven die nu nog PowerBuilder gebruiken doen dit ofwel omdat ze te sterk afhangen van de code base ofwel omdat hun ontwikkelaars nog sterk vasthouden aan dit platform. Ik verwacht geen grote stijging van het aantal PowerBuilder gebruikers. Wat Sybase nu doet is: ervoor zorgen dat de klanten die ze nog hebben geen reden hebben om te migreren naar een andere ontwikkeltool; de toenadering naar .Net is een goede aanpak. In de wereld van .Net bestaan veel goede tools. PowerBuilder, Delphi, Progress 4GL, Oracle Forms hebben het moeilijk hierdoor. Vroeger onderscheidde de tool PowerBuilder zich op significante wijze van de concurrentie; vandaag is dat veel minder het geval."

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Please fill in the right answer to this question * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.